Zomer

Er zit een draadje aan mijn jurkje
dat rafelt als ik rondjes draai
of als ik pluk en fruts en frummel
bevallig met mijn heupen zwaai

De jurk wordt alsmaar korter
mijn benen bloot en bang
Maar ik blijf maar lonken, dansen
De draad is meterslang

Ik zoek pirouettes in mannenarmen
Ik dans mijn voeten stuk
De hele show zou over zijn
met een korte, ferme ruk

Maar dat draadje aan mijn zomerjurk
dat kan er niet vanaf
't bleef immers haken aan de woorden
waarmee ik vrijheid kreeg die dag

Dus draai en lonk en frummel ik
Ik dans en veins genot
Want zonder rafelend lang draadje
is het jurkje pas kapot