Pruimen


Ik weet nog, in ons oude tuintje
op de Broekslootkade, heel ver weg
groeiden aan hoge takken pruimen
En die leken me toch lekker zeg

Mijn papa zwaaide me op zijn schouders
Mijn knuistjes haast boven de wolken uit
Die pruimen mocht ik zelf veroveren
We straalden beiden om de buit

Zijn trotse grijns is nooit verdwenen
Zelfs twintig jaar na zijn ontstaan
zit ik nog steeds daar op die schouders
als een prinses met combat-laarzen aan

En iedereen zegt dat ik op háár lijk
maar mama zelf ziet wat het doet
dat die vruchten nog van vroeger
mij meer dan eens hebben gevoed

Want vanaf hoog daar op die schouders
Kijk ik niet neer, maar reik mijn hals
en hoop ik stevig dat, net als appels,
ook een pruim niet heel ver valt