Als creativiteit een knaagdier was

Dat dan zo onweerstaanbaar zacht
en pluizig,
en kraalogig,
met haar krasse nageltjes bij je gezonde verstand naar binnen bedelt

Maar dan plots onverwacht – rits rats
Tussen je vingers glipt
en haar tanden in je schrijfhand zet
zodat er niets meer uit je vingers komt

Druk schoffelt door het zaagsel in je hoofd
waarvan je je had voorgenomen het gister op te ruimen
En zo hard door het rad van je gedachten rent en ritselt
Dat ze onleesbaar worden
En verward
En veel te luid voor drie uur ‘s nachts

Mening zorgvuldig aangelegde kabel wordt doorgeknaagd
Maakt kortsluiting in de bovenkamer
Waar dan twee twinkelende kraaloogjes prijken tussen een stoffig festijn van zaagsel,
verdraaide gedachten
en knaagdierhaar

Maar als ze zich zo zoetjes nestelt in een hoekje van mijn hart
verzucht ik een glimlach en pak ik mijn pen weer op

Ik wilde eigenlijk gewoon een kat.