Van het prinsesje dat alles in goud veranderde

Hij gaf haar zijn hart
Hij had er toch acht
en wat kon een kaart nu gebeuren?

Hij had nooit gedacht
dat een prinsesje zo zacht
zijn kaartenlijf bruut kon verscheuren

Tot het spel was gespeeld
Want zij had, ongewild,
al een pak hartenjagers verslonden

Elke traan uit haar ogen
Elk zoet woord van troost
een weerhaak in hun gouden wonden

Daar lag hij verslagen
tussen zijn kameraden
Hun harten bebloed aan haar rokken

"Het spijt me", zo schrok ze,
"Het spijt me, ik ga"
Maar ze was al veel eerder vertrokken