Ribfluweel

Tussen feestgedruis van taart en kraakvers tafellinnen
Zweemt de geur van zware warme jute
doorrookt ribfluweel
Haast onmerkbaar onopzichtig tussen het geroezemoes
Hij neemt geen ruimte in

De stoffen zijn dun op de ellebogen
Hangen samen met zijn huid
om een kapstok van broze beenderen
en een staalgeworden ziel

De leegte ertussen niet langer gevuld
Met spieren, met vet, en met pretenties.
Opgelost en weggesleten
als draadjesvlees.

En lege botten zijn ongemakkelijk om naar te kijken
Om hem heen wordt gevierd

Zijn blik splijt de zee van gezever
Helder en sterk.
Want als je alles al geleefd hebt
Dan is er geen verbitterdheid, maar berusting
Dan is het gewoon
Stil

versjesAnne Kuiper