IKje

Alle mannen zijn hetzelfde. Ik heb me weer laten inpalmen. Tien minuten. Ik sta echt goed. Links OV-fiets, rechts tram. Het is barstenskoud. De hangjongeren op links hebben het sissen opgegeven. Twintig minuten. Zijn nummer op een bierviltje, ha! Alsof dat nog bestaat. Hoe laat gaat de trein terug? Vijfentwintig. Wat denkt hij wel? Elke keer dat zijn telefoon overgaat slik ik drie ziektes of lichaamsdelen in. Hij heeft in ieder geval de ballen om op te nemen. Ja, grapjas, ik sta er. OV-fiets links, tram rechts. Eikel. “Vreemd”, zegt hij rustig, “Ik zie je niet. Sta je misschien bij de linkeruitgang? Centraal heeft er twee”. Goh, dat lichtletters van een station zo diep in je rug kunnen branden. Amstel.

verhaaltjesAnne Kuiper